Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Van Nanny hielden zij ook wel, maar bij dat meisje wist men nooit wat er in zat, ze was altijd zoo gesloten en stil; enkelen zelfs vonden haar in 't geheel niet aantrekkelijk ' zeiden dat zij iets geniepigs had, en weer anderen hadden medelijden met dat vriendelijk-zachte meisje met het bleeke gezicht en de groote, doordringende oogen, dat zoo haar best deed om mee te komen en er zoo slecht uitzag.

De natuurkunde-leeraar kon Nanny in 't geheel niet velen. Voor natuurkunde voelde zij weinig, die behoorde tot haar moeilijkste vakken. Dikwijls gaf zij domme antwoorden, die den man driftig maakten; maar soms ook werd hij boos op haar zonder reden en gaf haar de schuld van dingen, die zij niet had gedaan. Voor Nanny waren die lessen dan ook spookachtige verschrikkingen, die haar al dagen vooruit angstig en zenuwachtig maakten. De leeraar hield er niet van, om de dingen tweemaal uit te leggen, en wanneer Nanny hem iets vroeg, dat zij niet begreep, kon hij haar met zijn waterige oogjes door zijn grooten bril zóó akelig verwoed aanzien, dat Nanny bedeesd op haar schort tuurde en niet meer vragen durfde.

Nanny ging eerst naar den tuin en speelde wat met de kinderen uit de laagste klas. Toen die weg waren, liep ze nog wat alleen in den koelen tuin rond, ging daarna naar boven en schaarde zich bij een groepje vriendinnen dat rond de Fransche leerares zat, een jong, coquet meisje, met vriendelijk gezicht en mooie, glanzende oogen, waarvoor alle meisjes „schwarmten."

Nanny verveelde zich al gauw in dat gezelschapje

Nanny.

Sluiten