Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

geheel, met die figuren zoo indrukwekkend schoon, zoo aandachtsvol. O, wanneer men er lang op keek, was het alsof die handen zich bewogen, alsof zij vlogen heen en weer over het klavier, en alsof men hoorde die klanken, zoo groot, zoo machtig!

Maar nu moest ze werkelijk aan dien brief beginnen; ze moest Mevrouw Knozee toch nog eens bedanken voor de prettige ontvangst al dien tijd. Mevrouw was zoo hartelijk geweest.

Ze dacht weer aan die laatste weken. Ze was blij dat ze nu thuis was, want ze was moe en kon niet tegen die drukkende warmte in Rikmond; maar gezellig was dat logeeren bij Mevrouw Knozee toch wel geweest.

Ze dacht aan dien laatsten Zondag, toen ze een pic-nic op het weiland achter het tennisveld hadden. Een ieder had wat meegebracht: de een limonade, de ander vruchten, weer een ander koekjes enz. Ella en zij hadden voor broodjes gezorgd. Vijftig hadden zij er moeten smeren; het was een heel werkje geweest, maar Mevrouw Knozee en Kaatje hadden goed meegeholpen.

Op een aardig plekje onder wilgen, dicht bij de sloot, hadden ze gezeten en hun maal verorberd. Wat was het vroolijk geweest! Nadat het eten verdwenen was, hadden ze eerst spelletjes gedaan, daarna waren ze gaan slootje springen in de weilanden. Nanny vond het daar te warm voor en had gezegd dat zij liever bleef zitten en op den boel passen. Frits had haar toen gezelschap gehouden, terwijl de anderen zich in het weiland verspreidden.

Sluiten