Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Knozee's zouden tot September wegblijven, en zoo'n zomer zonder Frits zou toch wel lang zijn. Zij dacht er niet aan dat Ella, haar beste, haar eenige vriendin, die andere zomers ook altijd kwam, nu niet zou komen, dat ze die in al dien tijd niet zien zou.

Daar zag ze in de verte den postbode op de fiets den Holdenschen weg afkomen. Ze schrok er van. Was het dan al zóó laat? Want hij kwam altijd om half drie en nam de brieven die weg moesten dan meteen meê. En haar brief was nog niet klaar. Het velletje papier lag daar nog steeds onbeschreven.

Vlug sprong ze op, zette zich aan haar bureautje en begon vol ijver te schrijven. Als de bode kwam, dan moest hij maar even wachten, want haar brief moest meê. Ze had al een dag gewacht met schrijven en mevrouw zou het niet aardig vinden, wanneer zij na drie dagen nog niets hoorde van haar goede aankomst in Doorle en — wellicht wachtte ook Frits op bericht. Misschien bracht de bode nu wel een brief van hem, want dezer dagen zou hij komen. Rad vloog haar pen over het papier, en weldra waren twee zijdjes volgeschreven.

Frits was gekomen! In plaats van een weekje, was hij elf dagen gebleven; vroolijke, blijde dagen waren het geweest.

En nu was de dag van zijn vertrek weer daar. Wat waren die dagen vlug voorbij gevlogen!

Het was nog vroeg in den morgen toen Nanny

Sluiten