Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

opstond. Vroolijke zonnestralen, die haar kamer binnenvielen, en tjilpende musschen, die haar morgenlied zongen in het vensterkozijn, hadden haar wakker gemaakt en zij kon niet meer slapen. Vlug sprong ze uit bed; het was te mooi buiten om er zoo lang in te blijven. En terwijl zij uit haar raam naar buiten zag, waar alles zoo mooi en heerlijk straalde in vol gouden zonnegloed, vond zij het toch wel héél jammer dat Frits nu juist vandaag weg moest, vandaag, op zoo'n mooien dag!

Maar hij moest gaan; hij had zijn verblijf zoo lang mogelijk gerekt, en overmorgen ging hij met z n moeder en Ella naar Zwitserland.

Het zou toch saai zijn, wanneer hij weg was. Wat hadden zij prettige tochten en wandelingen gemaakt over de hei! En die twee regendagen hadden zij zich ook niet verveeld; die hadden zij aan de muziek gewijd. Hij vorderde goed op zijn viool; hij speelde met zooveel tact en gevoel! Dat hadden vader en moeder ook gevonden, want die hadden voortdurend met aandacht geluisterd als hij speelde.

Mieke, die al bedrijvig heen en weer liep in het onderhuis, schrok toen ze Nanny om zeven uur beneden zag komen.

„De juffer deed toch wel vreemd," zei ze later tegen Anna; „den eenen dag zag je ze pas om negen uur beneden komen, en dan was ze ineens weer zóó vroeg dat n mensch er van schrok!" En ze geloofde dat het in t geheel niet goed voor de juffer was, om zoo vroeg op te staan, zij, en de andere buitenmeiden waren er van haar jeugd af

Sluiten