Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

i oen veraween de trein om den hoek en met hem het wapperende, roode vlagje, dat zij nu vooreerst niet weer zien zou.

Langzaam wandelde Nanny terug naar Huize „Rust." Ze zou het wel stil hebben, zoo'n langen dag alleen, want vader en moeder zouden pas terugkomen met den laatsten trein. Maar het was immers haar eigen verkiezing om thuis te blijven?

In het gras langs het kanaal speelden een paar kindertjes, die, toen ze haar zagen, vroolijk op haar kwamen toegesprongen en een handje gaven. Zij nam ze mee naar het winkeltje van Juffrouw Makkeboom, dicht in de buurt, waar ze voor elk een plakje chocolade kocht. Met schitterende oogjes pakten zij het aan, bekeken het van alle kanten en hapten er dan in. Ze liepen een eindje met Nanny mee, tot bij de school; haastig gaven ze haar toen een van warmte en chocolade kleverig handje en liepen dan gauw naar binnen, bang om te laat te zijn.

Langs de pastorie komend, zag Nanny den pastoor statig heen en weer loopen in zijn stijf aangelegden tuin. Van zijn huis tot aan de heg, en dan weer van de heg tot aan het huis liep de pastoor, het hoofd gebogen, de handen op den rug gevouwen, met groote, afgemeten passen al maar heen en weer. Wat was die Mijnheer pastoor toch een wonderlijk man! Nanny herinnerde zich dat de predikant uit Holden haar eens had gezegd, dat er voor een priester veel te doen was hier op de hei.

Sluiten