Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Verdiept in zijn lectuur, bemerkte hij Nanny niet

voordat zij vlak bij hem was.

Verschrikt en haastig sprong hij toen op, scharrelde verlegen aan zijn hoofd, als om een pet te vinden, die er niet op was, repte zich dan naar binnen, luid roepend met zijn harde stem: „Daar is de juffer, daar is Juffer Nanny!"

En toen kwamen ze allen naar buiten geloopen, en met een hoera-kreet werd „de juffer van 't Huis", die in zoolang niet geweest was, binnengehaald.

Baas Wes schoof een stoel aan; Vrouw Wes maakte haar excuus over de onopgeruimde, met pannen en kommetjes beladen tafel; maar zij hadden net gedaan met eten en er was zooveel te doen. Blinde Neeltje, gezeten in haar gewone hoekje, strekte de lange, magere handen ver uit,

opdat Nanny ze grijpen kon.

Het zevental kinderen had zich rond Nanny s stoel geschaard en gaapte haar aan met hun bolle, verbaasde gezichtjes en groote, wijd-open mondjes.

„Neeltje, ik kom nu werkelijk eens om jou; kan je met me meegaan?" vroeg Nanny vriendelijk.

O, zij kon heel goed!

Het bleeke gezicht der blinde straalde. Zij pakte zenuwachtig haar blauwe huisschort, dat een beetje smoezelig was, vast, als wilde zij het aftrekken, en voelde toen aan het haarknoetje op haar hoofd, of dat wel netjes genoeg zat om met Juffer Nanny mee te gaan. Maar Vrouw Wes nam haar zorgend mee naar de achterkamer, en even later kwam zij keurig te voorschijn in haar Zondagsche japon

Sluiten