Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van donkerbruine stof, het haar netjes in een kuifje opgekamd, en den zwarten stroohoed op, die, zoo zelden gebruikt, al jaren en jaren achtereen zuinig bewaard in een vloeipapier in de kast lag.

„Maar Neeltje, je hebt je veel te netjes gemaakt; je hadt in die warmte beter gedaan met in je katoenen japon te blijven!" riep Nanny.

„Nee, Juffer; zóó zou ik niet durven komen op 't Huis!" zei Neeltje blozend.

Na nog een praatje met Vrouw en Baas Wes, nam Nanny Neeltje bij den arm en zoo gingen ze op weg.

Voor Nanny was het terug- lang zoo gemakkelijk niet als het heengaan.

Neeltje, warm en ongemakkelijk loopend in haar stijve japon, leunde zwaar op haar arm, en traag, met kleine pasjes, kwamen ze vooruit.

Baas Wes, zijn pijp in den mond, Vrouw Wes, beide handen in de zij, en de kinderen rond hen heen, stonden voor hun huisje en zagen het tweetal lang na.

„De juffer is toch maar drommels goed!" bromde Baas Wes met zijn basstem.

„Nou, dat is ze warempel!" beaamde zijn vrouw.

Heel langzaam klommen zij den heuvel naar het Huis op, want Neeltje was het klimmen niet meer gewend, en Nanny voelde, dat zij toch wel een heel warmen dag voor dezen tocht had uitgezocht.

Gelukkig was het lekker koel in de groote huiskamer want de jaloezieën waren neergelaten. Nanny vond het't best,

Sluiten