Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het belgetjingel van een fiets achter haar. Het was Dominee Rietman uit Holden, die zijn avondtoertje deed. Hij groette vroolijk, stapte af en ging een eind weegs met haar. Ook hij genoot van den heerlijken, koelen avond na den drukkend-warmen dag. Zij spraken over Doorle en de Doorlesche menschen. Nanny vertelde hem van blinde Neeltje, die toch zoo beschaafd was, zooveel van muziek hield en zoo innig diep voelde; van Neeltje's heimwee naar haar moeder, en ze vroeg of het waar zou zijn dat Neeltje eens haar moeder weêrvinden zou. En hij zeide dat hij dat ook niet wist, dat niemand dat weten kon. Natuurlijk geloofde hij wel aan onsterfelijkheid, maar die hoop kon eerst werkelijk leven in een menschenhart, dat zich reeds geruimen tijd aan zijn levenstaak gewijd had.

Hij beloofde[ haar, blinde Neeltje eens spoedig op te zoeken, hij moest toch Vrouw Wes eens spreken over het doopen van het jongste kind en de bevestiging van Maartje, die op Palmzondag, tegelijk met die van Nanny, plaats vinden zou. Maar hij had het in den laatsten tijd zoo druk gehad; door de warmte waren er veel zieken in den omtrek van Holden, en daar er geen dokter in de onmiddellijke nabijheid was, werd hij nog al eens geroepen.

Nanny lachte. Zij wist dat de dorpelingen, wanneer ze ziek waren, altijd het eerst om dominee stuurden, die een geheel kamertje van de pastorie voor medicijnen en verbandmiddelen ingericht had; hoe hij steeds bereid was te helpen met zijn raad en eenvoudige huismiddeltjes en door zijn kalm geduld en hartelijk medelijden aller hart gewonnen

Sluiten