Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

had. Nog kort geleden had hij twee lange nachten gewaakt bij een ouden, zwaar zieken man, die niet dadelijk verpleging krijgen kon, en toen er laatst een klein Doorle's kind hevige brandwonden had, was hij het, die het behandeld en verbonden had, en de dokter uit het naastbij gelegen stadje, die er eerst den volgenden dag bij kwam, had gezegd dat hij het niet beter had kunnen doen. Het leven van het kind was gered gebleven.

„U hadt eigenlijk dokter moeten worden, dominee!" zei ze vroolijk lachend.

Maar hij schudde het hoofd.

„Neen, als jongen heb ik wel veel voor de doktersstudie gevoeld, maar mijn roeping was toch evangelieprediker te zijn, en ik ben dankbaar en gelukkig dat ik daar gevolg aan gegeven heb!" antwoordde hij ernstig.

Al pratend waren zij de oprijlaan van het Huis genaderd en bij het afscheid nemen hield hij Nanny's hand even langer vast dan gewoonlijk, en drukte ze hartelijk, terwijl hij beloofde eens spoedig op Huize „Rust" te komen, dan konden ze nog eens verder samen praten.

En terwijl zij vlug den heuvel opliep, zag hij haar na, totdat ze in het huis verdwenen was; toen sprong hij weer op zijn fiets en reed langzaam terug naar zijn pastorie.

Dat was pas eens een aardig meisje; ernstig, maar toch ook vroolijk op haar tijd. En zoo muzikaal, zoo begaafd; zij zou het zeker ver brengen met haar studie. Zij was niet, zooals de meeste, gewone meisjes van haar jaren veelal waren: een vriendelijk, maar onbeduidend

Sluiten