Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lachbekje; neen, zij was haar leeftijd ver vooruit. Hij sprak altijd graag met haar, juist omdat ze geen gewoon meisje was.

Op de tafel in de eetkamer stond Nanny's middagmaal klaar. Anna bromde een beetje: de juffrouw was zoo lang weggebleven en nu was het eten koud geworden. Maar Nanny stoorde zich niet daaraan, ze had van het wandelen trek gekregen en het smaakte haar goed. Van af haar plaats zag zij door het breede, open venster naar buiten, waar de dalende avondzon goudglansde door de hooge, donkere dennen heen en haar laatste, purperen stralen deed flikkeren op het spitse kerktorentje en weerspiegelen in het stille, blauwe water van het kanaal.

Dadelijk na het eten ging Nanny weer naar buiten; gemakkelijk vlijde zij zich neer op de bank voor het huis, genietend van den zeldzamen zomeravond. Zij had zich toch niet verveeld en hij was gauw omgegaan, die dag alleen thuis. Zij had geen spijt, dat zij thuis gebleven was.

Wat lag Doorle daar toch stil en vredig en mooi aan den voet van Huize „Rust."

Arme Neeltje; dat die dat alles nu nooit meer zien, daar nooit meer van genieten kon! Wat miste zij veel, en toch, wat voelde zij diep en mooi! Wie zou zooveel gevoel verwacht hebben van dat eenvoudige, blinde boerenmeisje!

Langs den weg kwamen de menschen bij groepjes aan en gingen het kerkje in voor den avonddienst. Zij leken zoo klein; ook het kerkje zelf leek zoo klein en nietig, van den heuvel af gezien.

Sluiten