Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lange gangen en vele groote kamers, waarvan enkele gesloten waren, omdat ze toch nooit werden gebruikt.

De vader was een oud, statig man; mager en lang, met bleek, ernstig gezicht, waaromheen grijze, dunne krullen vielen, die de stroeve trekken van het gelaat wat verzachtten. Nanny zag hem alleen aan tafel; het overige deel van den dag sloot hij zich in zijn werkkamer, tusschen zijn boeken, op. Het uitpluizen van oude, geschiedkundige werken was zijn liefhebberij en bezigheid, ja, het eenige wat hem bond aan het leven; want om Bertha scheen hij weinig te geven. Zij kon zooveel geld uitgeven, zooveel uit- en op reis gaan, het groote huis zoo mooi inrichten als zij wilde, indien zijn kamer maar onveranderd bleef en hij zelf zijn gelijkmatig, eenvoudig leven, zijn eentonig denkersleven, zonder stoornis leiden kon.

Want van af het oogenblik dat Bertha geboren was, en dus niet, zooals hij gehoopt had, een jongen, had hij weinig om het kind gegeven, zich met haar opvoeding niet bemoeid. In de eetkamer hing een portret van zijne jong-gestorven vrouw, Bertha's moeder. Zij was eene groote, forsche vrouw, met mooi, zeldzaam mooi, maar o, zoo trotsch gezicht. Eens had hij die jonge, levenslustige, mooie vrouw, met de trotsche, donkere oogen liefgehad , liefgehad op zijn manier. Zij had hem ingepalmd, en hij had haar weggerukt uit den kring van luchtige, altijd pleizier makende, lachende en vroolijke Brusselaars, waarin zij zich bewoog en gelukkig gevoelde, en haar opgesloten in zijn groot, koud huis van rijkdom. En de jonge, wereldsche

Sluiten