Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

jonge meisje soms zoo bedroefd aanzien, want dan dacht zij aan haar eigen lentetijd, waarvan niets gebleven was, en zij werd weemoedig.

Hoe velen zijn er niet die, evenals Bertha, het jonge leven ingaan met een hart vol grootsche plannen en schoone idealen, maar bij de meesten zijn de fundamenten van het schijnsterke gebouw hunner toekomst niet krachtig, niet diep genoeg gegrondvest; maar al te vaak is het mooie, hooge huis, waaraan zij bouwen willen, een broos luchtkasteel; dan komt opeens een koude, scherpe windvlaag en het schoone luchtkasteel, met al die mooie, zonnige toekomstplannen, wordt door een sterken ruk omvergeworpen, vernield, weggeblazen!

Nanny had genoegelijke dagen.

Zij genoot vooral van die heerlijke concerten, waar Nicht Bertha voor haar pleizier, want zelve hield ze niet van muziek, met haar heenging. Ze kreeg heel veel nieuwe indrukken, om op te nemen in haar hoofdje.

En toch was ze blij, dat de veertien dagen ten einde liepen, want langer zou ze niet graag blijven in dat groote huis van koude pracht.

Voor Nicht Bertha's vader voelde zij steeds ontzag en veel met hem spreken durfde zij niet. Aan tafel was het dan ook Nicht Bertha, die het gesprek ophield, die druk praatte, al maar door. En de oude man zat er bij in zijn stoel met hoogrechte leuning, het grijze hoofd gebogen op de hand, en sprak slechts van tijd tot tijd een paar woorden meê.

Sluiten