Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nanny, gewoon aan gezellige tafelgesprekken thuis, met vader en moeder, vond die stijve maaltijden erg vervelend en was blij dat ze meestal spoedig weer afgeloopen waren. Terwijl Bertha's kraakstem voortratelde over onbeduidende, belanglooze dingen, zag Nanny dat de oude man vaak met somber oog opblikte van Bertha naar het portret boven den schoorsteenmantel, en zij begreep niet waarom hij nooit eens sprak over die vrouw, waarop Bertha zoo sprekend geleek. Het was wel een erg trotsch en koud gezicht, maar het was toch Bertha's moeder. En Nanny, thuis gewend aan zooveel hartelijkheid en een leven van opoffering voor elkaar, kon niet begrijpen hoe twee menschen, wonend in eenzelfde huis, zooals Nicht Bertha en haar vader, innerlijk zoo geheel van elkaar verwijderd, naast elkaar voortleven konden.

Dikwijls dacht zij daarover na, wanneer zij die twee verschillende levens gadesloeg, en steeds meer verbaasde het haar. Voor haar was het iets nieuws, onbegrijpelijks, nooit gekends, en het drukte haar soms; in zoo'n ongezellige omgeving zou zij op den duur niet tieren kunnen. Want het vriendelijke kind, met haar warm kloppend, liefdevol hart, opgegroeid in een gelukkig, vreedzaam thuis, had er nog geen besef van, dat er menschen kunnen zijn, die jaar-in, jaar-uit samen in één kamer, zelfs aan éénzelfde tafel, zitten, en toch steeds naast, niet met elkaar voortleven; die het goede en mooie in elkanders hart verdorren en versterven laten, omdat zij niet probeeren elkaar te begrijpen, en de kloof die hen scheidt steeds wijder en wijder laten worden,

Sluiten