Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wo Liebe lebt und labt, Ist lieb das Leben.

Een flinke sneeuwstorm had gewoed over het heideland, en het sneeuwde, sneeuwde nog, sneeuwde al maar door. Wit was het dichtgevroren kanaal van Doorle, wit waren de huisjesdaken, wit de wegen en de velden, wit was alles rondom, zoo ver men maar zag.

Voor het raam van haar zitkamer stond Nanny, genietend van dat witte vergezicht. Gelijk het klein, dweperig droomkind zoo graag tuurde naar die witte vlokken, neerzwevende uit de lucht, sprong het nu zoo ernstig, diepvoelend jong-meisje altijd nog vlug op van het werk waaraan ze bezig was om zich te verdiepen in die mooie, blanke sneeuw, die gelijk kleine plokjes watten uit donzig watten wolkjes neerwarrelde op de aard. Het was voor de eerste maal dat zij Doorle in sneeuw zag. Wat lag het daar nu mooi en innig onder die witte vacht; geduldig liet het de vlokken op zich neervallen en zich steeds dichter bedekken, als was het dankbaar voor dat zachte, warme kleed in de strenge kou.

Dat was nog eens iets anders dan in de stad! Wat had het s nachts gebulderd! Wanneer nu de storm

Sluiten