Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar, genoten van de lekkere traktatie en bewonderden al maar door dien prachtigen boom.

„Wat 'n werk, om van een doodgewonen den zooiets te maken!" „Heer m'n tied, wat 'nstuk!" „Wat 'n lichtkes!" hoorde men van verschillende kanten.

De kleinen dwaalden rond den boom en moesten om de beurt worden opgetild door Frits en zitten op zijn schouder om te zien die lichtjes en het engeltje, zoo hoog! En met goedig-tevreden lach zagen de ouders naar den forschen, knappen jongeman, die hun kinderen zoo geduldig optilde, een voor een, en ze dan weer voorzichtig neerzette op den grond, terwijl hij voor elk een chocoladering of suikerpopje of een in zilverpapier gewikkeld mandarijntje afknipte van den boom. Zij beschouwden hem reeds als den toekomstigen heer van Huize „Rust", want onder elkaar hadden ze al lang uitgemaakt dat hij en juffer Nanny later een paar zouden worden. Ze waren allebei nog wel jong, maar dat deed er niets toe; een paar waren ze toch al, dat stond vast bij de Dooriers. En ze hielden veel van dien jongen meneer; een ander zouden ze later nooit willen hebben als hun meester. En een beteren zou de juffer ook niet krijgen kunnen, dat was een uitgemaakte zaak, volgens hen.

Vol vreugde ontvingen de kinderen hun presentjes: de kleine meisjes poppen, de grootere vlecht-cartons of naaidoosjes; de jongens legkaarten, ballen, prentenboeken, soldatendoozen of knikkers. En de doffe oogen der armoedige, behoeftige Dooriers flikkerden dankbaar op,

Sluiten