Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van een dokter, die, toen een bezoeker kwam om zijn vader te spreken, die niet thuis was, op de vraag van den vreemde waar vader dan wel zijn zou, eenvoudig antwoordde: „Vader is altijd daar, waar zieken en gewonden zijn, waar hij helpen kan, en zal daar ook nü wel zijn!"

„Zijn wij wel altijd daar, waar wij helpen kunnen?" vroeg dominee.

Dat is mooi, dacht Nanny; en toen hij later vroeg of zij dan niet allen hunne moeder hadden liefgehad, moest zij even omblikken naar blinde Neeltje, die daar zat naast Anna, heel stil, de handen gevouwen in den schoot, het hoofd een weinig schuin in den nek gebogen, als om in te drinken al wat zij hoorde, om toch geen enkel woord te verliezen. O, Nanny wist het, voor Neeltje Was elk woord waarheid, het geheele Kerstverhaal; Neeltje geloofde dat alles, en deed zij, Nanny, dat wel? Haar gebeurde het zoo vaak dat zoo'n preek het eene oor in en het andere weer uitging; thuis, in gezelligen familiekring en opgaande in haar muziek, dacht ze meestal niet meer na over den inhoud er van.

Wat was blinde Neeltje dan toch rijk, rijk en tevreden, ondanks al haar ongeluk en droefheid. Over haar gezicht lag zoo'n stille glans van zacht, innig geluk; het was alsof de zon er op speelde, en toch was er geen zon. Zij dacht nu zeker ook aan moeder, vandaar die mooie glans op haar bleek gelaat; want wanneer Neeltje over moeder dacht of sprak, dan werd dat strakke gezicht altijd zoo

Sluiten