Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

en Frits, naast haar staande, verhief hoog zijn krachtige stem uit volle borst. En het scheen dat alle menschen nog eens hun best wilden doen, nu voor de laatste maal van het jaar; zoo wijd mogelijk gingen de monden open, en ze zongen zoo luid en zoo zuiver als ze konden. En door het eenvoudige, stil-plechtige gebouwtje dreunden de galmende klanken als zware, weemoedvolle uitvaartstonen voor het jaar dat sterven ging.

Behalve Mevrouw Rogers en Mevrouw Knozee gingen ze allen te voet naar huis. Mijnheer Rogers liep voor met Nicht Bertha en Ella, Frits en Nanny kwamen als van zelf samen achter. Het had weer goed gesneeuwd en het was koud en glad op den weg. Even maakte Nanny een buitelende beweging, doch Frits hield haar

nog bijtijds op.

„Neem mijn arm maar!" zei hij goedig. En ze greep hem stevig vast, zich veilig gesteund voelende door zijn

gespierden arm.

En zoo gingen ze verder over den wit-besneeuwden heiweg, terwijl vóór hen de Dooriers haastig huiswaarts schreden, gelijk donkere, zwarte schimmen, die vlug voortgleden over de witte sneeuw, bestraald door het teer-

blanke licht van de maan.

„Een echte Oudejaarsavond, hè, Nans!" zei vergenoegd

Frits. Nanny knikte.

„Zeg, Frits," zei ze, nadat ze een poosje zwijgend waren voortgegaan, „geloof jij heusch dat Nicht Bertha iets om Dominee Rietman geeft; zou er wat van komen,

Sluiten