Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Dora had gaandeweg ook iets schuchters en wantrouwends over zich gekregen, zoo iets als durfde ze de menschen niet aankijken, hetgeen haar niet bekoorlijker maakte.

En Nanny dacht aan haar eigen moedertje, die al haar kleine, mooie geheimen deelde, haar den weg wees en haar innigste vertrouwde was. O, indien ze zoo'n moedertje als het hare niet had gehad, dan zou ze nu ook zeker net zoo geworden zijn als Dora en Theresa en zoovelen.

En terwijl ze daar stil, verscholen zat in haar hoekje, achter het gordijn, en zag naar al dat gewarrel in de warme, stoffige zaal, terwijl ze hoorde die dreunende, rammelende muziek, zag ze opeens voor zich haar dennenboschje, hoorde ze het zachte ruischen der hooge dennen, wanneer de wind er door suisde, en plotseling overviel haar een zacht, stil heimwee naar huis, naar dat dennenboschje met zijn frissche, zuivere lucht en vroolijk-kwinkeleerende vogels; naar haar eigen, lieve piano, om zich op uit te klagen en te juichen; naar al dat gelukkige, onbezorgde leven daar.

Dat alles was toch heel wat mooier.

O, hoe ze er weer naar verlangde! En zij dacht: Zouden al die menschen hier, al die oudere menschen vooral, nu nooit eens genoeg krijgen van zoo'n bal? Zouden ze het werkelijk prettig vinden, dat dansen; dansen al maar door, tot laat in den nacht of vroeg in den morgen? En nooit eens merken, hoe weinig ze er aan hebben, hoe nutteloos het is en hoe overmoê en ongeschikt voor hun werk zij soms lange dagen daarna nog zijn? Of zouden

Sluiten