Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Nanny was heel kalm en sprak niet veel onder het naar huis rijden. Ella kon zich niet begrijpen, dat iemand, na zoo'n avond, zoo kalm kon zijn. Het was toch wel waar, zooals sommige menschen zeiden, dat Nanny een klein beetje vreemd, excentriek soms, was. Want het was zonderling, wanneer je jong was en zoo iets niet prettig vond. Wat had zij toch verrukkelijk rondgezweefd op de tonen der muziek! O, ze wist wel, Nanny gaf daar niet veel om, die fladderde liever rond op de hei, tusschen die goedige, maar domme boerenmenschen, tusschen de kleine kinders en hoenders van Doorle.

Ella hield ook veel, heel veel zelfs van Doorle, maar zoo'n afwisselingetje was toch wel prettig, je zou anders nog menschenschuw worden!

Het vroor hard, de ijsbanen waren geopend en de gasten van het bal vonden elkaar den volgenden middag terug op het ijs. Het was een mooie wintermiddag. Drukvroolijk en wemelend van rijders waren de banen. Aan het begin stond een muziektent, daar omheen was een ruime rondte, de markt genaamd. Daar werden op de smalle, lage bankjes de schaatsen aangebonden ; daar kwam men, na een toertje rond te zijn geweest, altijd weer samen; daar stonden jonge meisjes, uitkijkend en wachtend wie haar eens vragen zou; jongelui, zoekend naar het meisje, waarmee ze rijden wilden; daar maakte men een praatje en rustte uit van het rijden.

Ijverig deden de muzikanten hun best, en wanneer

NA"T- 17

Sluiten