Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nu had hij zoo koel, zoo doodkalm gedaan, als was het in 't geheel geen verrassing voor hem. En het verwonderde haar dat hij, die toch zoo muzikaal was en veel hield van haar, niet voelde voor dat, wat zoo groot en innig leefde in haar, voor dat wat haar alles was. Wanneer ze op die blijde, te vlug vervlogen avonden van de Kerstvacantie samen speelden en zich verdiepten in Beethoven, in Bach, dan was het haar geweest als waren ze beiden grooter en gingen samen hand in hand hoog op in het droomenland, naar een wonderbare sprookjeswereld. En wanneer hij daar dan zoo krachtig stond met zijn viool, langzaam meebewegend op den rhythmus van het klagend zingen, het gezicht warmrood van inspanning, de lippen saamgeperst, dan zag ze in hem een jong artist en ze was blij hem te mogen begeleiden.

Zou hij dan toch niets in zich dragen van artist en een heel gewone jongen zijn, net zoo gewoon, zoo alledaagsch als zijn vrienden en andere menschen? O, zou het dan nooit mogelijk zijn, dat twee menschen elkaar geheel begrepen? Zou dat behooren tot die onmogelijke wenschen, die het leven niet in vervulling brengt? Zou men dan altijd alleen moeten gaan, alleen met zijn vreugde en zijn smart? En wanneer hooge blijdschap het hart vervulde, zou die dan zijn voor dat eene hart alleen?

O, ze wist wel, dat ze nog te jong was om nu al te peinzen over zulke dingen; het was haar dikwijls gezegd dat ze te weinig jong-meisje was, dat ze vroolijk moest zijn, vroolijk en zich de dingen niet te erg aantrekken,

Sluiten