Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

nooit werd terneer gedrukt door al dat leed, omdat ze voor zichzelve niets verwachtte, geen loon van de wereld, omdat ze slechts dienen wilde

Dikwijls zag Nanny met een vriendelijk, dankbaar lachje om den bleeken mond op naar die donkere, in elkaar gedoken gestalte naast haar bed, naar het zachtlieve gezicht met de edele trekken, dat zooveel bad, bad voor Nanny.

De koorts hield aan. De vriendelijke, oude dokter kwam nu heel dikwijls, zooveel als hij naast zijn drukke praktijk in de stad maar komen kon, en èl bedenkelijker schudde hij het hoofd. Afgetobd en uitgeput was het zwakke lichaam en lang weerstand bieden zou het niet meer.

In Doorle heerschte groote neerslachtigheid. Heel den dag zag men menschen en kinderen den heuvel naar het Huis opgaan, om te hooren hoe 't ging met hun juffer, en iederen morgen vroeg ging Manus den heuvel af om in Doorle te zeggen hoe het was op het Huis, en altijd had hij dezelfde boodschap: „Nog steeds hevige koorts; de dokter vreest het ergste; of - de nacht rustig geweest, maar de juffer doodzwak."

Blinde Neeltje vouwde iederen avond en morgen de klamme handen saam, om te bidden voor het behoud der lieve juffer; Vrouw Wes en de kinderen deden het ook; in het Roomsche kerkje aan het kanaal werd onder het Lof voortdurend gebeden voor haar, en overal in het rond, waar moeders en kinderen woonden die bidden konden, daar baden ze voor haar. En zou dat dan allemaal niet

Nanny. 1fi

Sluiten