Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

haar heen. Na een paar weken mocht ze opstaan en overdag liggen op een rustbank in haar zitkamer. En daar lag ze dan heel stil, de lange winterdagen, uit het raam turend over de verre, bruine hei. Geen kwestie van muziek maken, niet zich inspannen, niet veel lezen of praten en zooveel mogelijk slapen, dat was het voorschrift. De non bleef nog een paar weken, totdat haar hulp niet meer noodig was; toen vertrok ze weer, om elders ander lijden te verzachten. Men miste haar op Huize „Rust"; stil en kalm en toch zoo zorgend had ze rondgewaard; in den angstigen, verontrustenden tijd had ze Mevrouw Rogers stil-troostend gerustgesteld door haar voortdurend kalm blijven, en wanneer Nanny het erg benauwd had, zich zóó zacht over haar heengebogen en verlichting gebracht, dat moeder en Nanny zich erg hadden gehecht aan dat kleine Roomsche verpleegstertje en liefgekregen haar vriendelijk-zacht, meelijdend gezicht.

Traag gingen nu de dagen, de donkerdroeve, waarin Nanny veel leed. Pijnen had ze niet, de longaandoening was genezen, ze was alleen nog maar heel zwak. En daardoor was het ook niet dat ze leed, neen, ze droeg dat geduldig; maar alleen het gemis van muziek, het ontberen van haar studie, dat ze nu niet vooruit komen kon en door die lange rustkuur zou ten achter raken, dat maakte dat ze veel leed.

O, ze zou soms zoo graag eens even opspringen van het rustbed en gaan zitten aan de piano, aan die lieve, oude piano, die daar steeds ongebruikt stond, en haar alles toevertrouwen, alles wat zij had geleden en gevoeld in haar

Sluiten