Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

lange ziekte; om zich uit te klagen en troost te zoeken bij haar; maar het mocht niet, in lang nog niet, het allerlaatst van alles zou d&t pas mogen.

„Arme piano!" zuchtte het somsin haar, wanneer ze zag naar den hoek, waar het instrument stond; „arme piano, wat sta je daar nu altijd somber gesloten in je hoek; wanneer zullen we weer samen kunnen weenen en jubelen en juichen, oude, getrouwe vriendin; zeg, weet jij het, wanneer?"

Maar zwart, stijf en stom bleef de piano en antwoord gaf ze niet.

O, dat ze niet spelen mocht, nu ze er soms zoo naar hunkerde; dat altijd maar liggen moeten, wanneer je zoo graag verder wou. Zooveel in je te voelen leven, en het niet te kunnen uiten. Soms sprak ze er over met moeder, die veel bij haar zat en vroolijk vertelde of grappige verhalen voorlas.

„Zeg, moedertje, zou het nog kunnen, het Conservatorium na Paschen? Het zal toch wel, ik zal dan wel heelemaal flink weer zijn, nietwaar?" Dat was de vraag, die ze telkens en telkens herhaalde, terwijl ze smeekend moeder aanzag. En Mevrouw Rogers ondersteunde dan Nanny's hoofdje met haar eene hand en streek met de andere over het witte voorhoofd en het donkere haar, terwijl ze zeide, dat het misschien wel gaan zou, als ze maar veel rustte en veel at, en haar best deed om gauw weer sterk te zijn. En zoo troostte ze haar, fluisterde zachte, blijde woordjes en Nanny liet er zich door kalmeeren. Door den

Sluiten