Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

ten einde, en toen Nanny 's avonds slapen ging, zag zij al weer uit naar den volgenden Zondag, hopend dat die zes lange weekdagen gauw voorbij zouden zijn.

Het begon werkelijk lente te worden. Nanny ademde volop den geur van het nieuwe, jonge groen, die haar wijdopen venster binnenstroomde en geheel de kamer vervulde; het deed goed aan haar longen en ze voelde zich sterker en krachtiger worden iederen dag. Met reuzenschreden ging ze vooruit; het was, als had de komst van de lente ook haar een krachtigen stoot tot beterschap gegeven; de dokter had niet durven hopen dat het zoo gauw gaan zou en was heel tevreden.

Al spoedig mocht ze opstaan, wandelen en een klein beetje piano spelen.

Wat was ze toen gelukkig!

Tusschen vader en moeder in, deed ze haar eerste wandeling door den tuin en het dennenboschje, haar oude vertrouwde boschje. En daar het warm en mooi bleef buiten, kon ze iederen dag een eindje wandelen, telkens wat verder. Langzamerhand mocht ze ook meer studeeren en ze was zoo blij dat haar vingers door de lange rust niet stijf waren geworden, dat zij ze nog even zoo gebruiken kon als vroeger. En ze voelde zich opleven, en sterker worden, nu ze zich weer uitjubelen kon op haar geliefd instrument.

En in de lange uren, die ze 's middags nog rusten moest, dacht ze na over het Conservatorium, over de

Sluiten