Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

den weg naar het kanaal op, genietend van de frissche, verkwikkende lucht. Het werd nu 200 echt lente, weldadige, krachtbrengende lente! Steeds verder voort liep ze, langs het kanaal, met zijn kalm blauw water, waarin helder weerspiegelde de zonnelucht.

Daar in de verte, aan den hoogen graswand van het kanaal, zag ze iets kleins, roodachtigs voortbewegen.

Wat zou dat zijn?

Zou het een kind zijn?

Een klein kind, zonder iemand er bij, daar tegen den steilen kant van het kanaal, waarin het ieder oogenblik zou vallen kunnen? Hoe gevaarlijk!

Nanny versnelde haar pas en scherpte de oogen om beter te kunnen zien. En waarlijk, even later zag ze duidelijk dat het een kind was, een klein kind, in een rood jurkje, dat daar bloempjes plukte en steeds lager ging. En ze herkende het kind: het was onnoozele Dineke Wes.

Ze zag hoe het dieper naar beneden zakte, uitgleed en zich niet meer houden kon .... En met een luiden ontzettingskreet snelde Nanny er heen, er niet aan denkend dat ze voor haar zwakke longen nog niet hard loopen mocht, slechts vóór zich ziende dat kleine, roode stipje, dat steeds verder zonk en spoedig in het water verdwenen zou zijn!

Vlug als de wind vloog ze voort.

Nu was ze bij den waterkant; het roode jurkje was onzichtbaar geworden; een zacht, kermend gekreun klonk op uit het water en een klein, bruin armpje stak er nog boven

Sluiten