Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

van al die droefheid om haar heen, en maar voorttuurde en speelde als altijd, niet beseffend dat zij voortaan met dubbel droeve oogen door de menschen zou worden aangezien, omdat, om haar arm leven te redden, een ander, mooi, veelbelovend leven zich den dood had gehaald.

Stil zat blinde Neeltje in haar hoekje bij het raam, de handen als in gebed in haar schoot gevouwen en zuchtte zacht: „Was ik nu maar gegaan in plaats van Juffer Nanny; om mij zouden ze niet zoo treuren, want zij heeft nog niets en ik al zooveel daar Boven!"

In den tuin van Huize „Rust" prijkten de eerste voorjaarsbloemen. De herten, gewoon iederen morgen brood te krijgen uit een zachte meisjeshand, hieven hunne koppen op en zagen vragend naar den kant van het huis, niet begrijpend waarom die hand niet meer verscheen de laatste dagen. En van uit het boschje klaagden de hooge dennen en de tjilpende musschen: „Waar blijft gij, lentekind! ge waart in lang niet hier; de mosbloemen bloeien, de vogels keeren alle weer, ook de nachtegaal is op komst; het is de tijd van luisteren nu; kom dan toch, kom!"

Maar er klonk geen antwoord, geen vroolijk geluid van het huis of uit den tuin; alles bleef stil en stom.

Het was de dag, waarop Lentelieveling voor altijd werd weggedragen uit Huize „Rust."

Voor het laatst ging ze nu den heuvel af, dien ze zoo dikwijls vlug was afgeloopen en waarvan ze zoo menigmaal lachend gezegd had, dat ze hem liever op dan af ging.

In het familiegraf, waar reeds velen harer voorouders

Sluiten