Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

rustten, op het klein Holdensch kerkhof, werd ze begraven, midden op de eenzame, ruime hei; die ze zoo lief had en waaraan ze veel van haar liefste geheimen en droomen had toevertrouwd.

Bijna alle Dooriers waren gekomen om te brengen hunne laatste hulde. En rond het graf stonden ook al die jonge deernen, die op den komenden Palmzondag zouden worden bevestigd tegelijk met haar. Er waren vele oudere bij, die hadden gewacht om samen te worden aangenomen met de juffer van 't Huis, — nü zouden ze tóch zonder haar zijn!

Alles ging heel eenvoudig, heel stil.

„Rust in vrede, lieve Nanny!" dat waren de eenige woorden die men hoorde, hol en snijdend-koud weerklinkend tusschen al dat donkere, drukkende van zoovele droeve menschen.

Langzaam verdween de zon in het Westen. Haar laatste, rosse gloed verlichtte nog flauw de uitgestrekte hei en het kleine kerkhof, waar alles weer stil was, als ware er niets gebeurd, als waren niet zoovelen daar 's middags bijeen geweest. Slechts het mulle, omwoelde zand en de sporen van vele groote en kleine voeten op het pad, toonden aan dat velen daar gegaan waren.

Nu ging over dat kleine pad tusschen de graven door slechts een lange, donkere figuur, die langzaam voortschreed.

Het was Frits.

Sluiten