Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Lang bleef hij staan bij dat eene graf, overdekt door zooveel witte bloemen en groen; een wonder-teer bloembed gelijk.

En hij kon het niet begrijpen, dat het Nanny was, die rustte daaronder. Héél den dag, tijdens de begrafenis, had hij het gevoel gehad als begroeven zij een andere, een hem onbekende; en koud en onverschillig had hij gestaan tusschen al die weenenden.

En eerst nu, nadat alles voorbij was, de familie en bekenden uit de stad weer waren vertrokken, al die begrafenisdrukte achter den rug en hij nog eens even alleen was gegaan, nü eerst kwam hij tot besef, wie het was, die zij daar hadden weggedragen.

Zoo plotseling, zoo onverwachts en wondervreemd was alles gegaan. Blij, dat Nanny steeds zooveel beter en krachtiger werd, had hij zich weer geworpen in het volle, drukke leven van zijn studiestad; juist was hij met zijn vrienden vroolijk bijeen geweest, toen het telegram was gekomen, het noodlottig telegram van zijn moeder, dat hem plotseling naar Doorle riep, waar, toen hij aankwam, Nanny reeds gestorven was.

Zacht weende de wind door de hooge, donkere dennen heen, die klagend zwiepten heen en weer, als treurden ze mee met de menschen om het Lentekind.

„Gone before To that unknown and silent shorel"

Ze kwamen hem in de gedachte die woorden, die hij eens, als kleine jongen, ergens op een grafsteen gelezen en

Sluiten