Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

tuinhek open en ging zwaar over het krakend kiezelzand naar de voordeur, die, zooals gewoonlijk, openstond op een kier, opdat een ieder, die komen wou, kon binnengaan zonder schellen.

Dof en zwaar viel het hek achter hem dicht.

Huize „Rust" zou nu waarlijk slechts een huis van stille ruste zijn. En wederom, evenals vroeger, zouden er twee oude menschen wonen, die niets meer verwachtten van het leven, omdat het het liefste, wat het hun eens gaf, hun weer ontnomen had; een stil, oud paar, illusieloos. En weer zouden het weemoedige tonen van stille, vrederuischende muziek zijn, die van het huis op den heuvel zacht neergleden in Doorle. Want vroolijke dartelheid en blijde jubeltonen zouden niet meer zijn in het huis of in de tuinen, en zoo'n mooi, gelukkig Kerstfeest als dat eene geweest was, zouden ze nooit meer hebben, de Dooriers. Dat zouden ze bewaren moeten in altijd-blij vende herinnering, en hun kinderen zouden ze vertellen van dien prachtigen reuzenboom, die toen stond in het schoollokaal op dien blijden, vreugde-brengenden avond.

Misschien zouden eens na vele, vele jaren, wanneer het huis weer vervallen zou zijn aan den een of anderen neef, dartele vreugd en vroolijk gezang terugkeeren in het huis, den tuin en in het dennenboschje .... maar héél anders zou het dan toch zijn als de Dooriers het zich hadden voorgesteld.

En wanneer ze op lange winteravonden in hunne huizen en hutten, of 's zomers-avonds op den weg bij het

Sluiten