Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Het is mijn plicht, om u te dooden,

Maar 'k spaar uw leven, lieve kind,

Beloof me, niet naar huis te keeren En zorg, dat men u nimmer vindt." Sneeuwwitje dankt hem duizend malen, En spoedt zich naar het diepst van 't woud. Totdat z in 't lest door 't loof der boomen Een lief, klein huisje ziet van hout.

Ze klopt er aan. Wie doet haar open? Een dwergje, half zoo groot als zij;

Zoo zijn er zeven in het huisje,

En allen zijn verheugd en blij.

„Gij zijt ons welkom!" roepen allen.

„Blijf bij ons, houd ons huisje schoon! Wij geven gaarne u te eten,

En onze liefde wordt uw loon!"

Het meisje wil wel gaarne blijven, De dwergjes zijn zoo lief voor haar; Ze dankt hun voor het vriendlijk aanbod, En maakt met zorg het eten klaar.

Sluiten