Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

<1

Op eens ziet een der zeven dwergen Den kam in hare lokken staan.

Hij neemt dien weg, zij opent d' oogen, En ziet de dwergjes vragend aan.

„Waar ben ik?" vraagt haar lieve stemme, „O, zeg mij, wat mij overkwam?" De dwergjes toonen nu het meisje Den fraaien, zwaar vergift'gen kam.

„Laat niemand ooit weer binnen komen, Koop nimmer van die koopvrouw weer; Ze wil u zeker dooden, lieve;

Dus wacht u voor een tweeden keer." Zoo gaan er maanden heen, het meisje Vergeet den raad der dwergen niet;

Zoodat ze elke koopvrouw afwijst,

Die haar heur mooie koopwaar biedt.

Sluiten