Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

diepbedroefde dwergen weer.

Ze luisfren naar haar ademhalen, Ze voelen, of ze niet nog leeft;

Maar kunnen ditmaal niets ontdekken, Dat haren dood veroorzaakt heeft.

Daar ligt ze, witter nog dan marmer; De dwergjes zitten om haar heen.

Geen enkel woord komt van hun lippen, Elk denkt aan haar in stil geween. Ze wijken niet van hare sponde,

Steeds hopend, dat z' ook nu misschien Haar lieve lippen zal ontsluiten,

En allen vragend aan zal zien.

Maar te vergeefsch is thans hun hopen, Het arme meisje leeft niet meer, Nu leggen z' in een glazen kistje Hun lieven last voorzichtig neer.

Sluiten