Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bosch in. Zij stapte goed door en was reeds een heel eind het bosch in, toen zij in de verte heerlijk mooie bloemen zag staan. Deze stonden echter niet aan den weg maar dieper het kreupelhout in. Gaarne zou ik wel wat van die bloemen plukken, om ze voor grootmoeder mee te nemen dacht zij, en de begeerte werd zoo groot dat zij geheel en al de belofte die zij aan haar moeder gedaan had, vergat en op de bloemen afging. Zij plukte de mooiste der bloemen af en wilde weder haar weg vervolgen, toen zij een eind verder nog mooiere zag staan, en ook van deze wilde zij eenige meenemen. Zij kwam nu op een smal paadje terecht, waar bessen groeiden en kon niet nalaten ook hiervan wat te plukken. In de meening dat zij weder op den grooten weg in het bosch zou komen, dwaalde zij ongemerkt al dieper het bosch in. Haar gedachten werden hier afgeleid, door het zingen der vogels en het dartele springen der eekhorentjes, dat zij het groote dier niet zag dat op haar aankwam. Toen het dichtbij haar was bemerkte zij het eerst en schrikte. Daar zij echter nooit een wolf gezien had (want deze was het) meende zij een groote hond voor zich te zien. Zij had echter wel spijt dat zij haar vaders herdershond Tiras niet bij zich had, dan behoefde zij in het geheel niet bang te zijn, want deze zou haar wel voor kwaad beschermen, doch die was met haar vader op jacht. Roodkapje bleef nu besluiteloos staan en dorst het groote dier niet voorbij te gaan. De wolf wist echter dat er in den omtrek houthakkers aan het werk waren, en had daarom den moed niet Roodkapje in het

Sluiten