Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

bosch aan te vallen en wilde haar daarom dieper het bosch trachten in te lokken. Ik moet er hier echter nog bijvoegen dat dit vooral plaats vond in den tijd toen de beesten nog konden praten. De wolf zette nu een heel vriendelijk gezicht en sprak tot Roodkapje : „Dag lief kind, waar moet je met dat mandje heen". En Roodkapje vertelde hem nu gerust gesteld dat haar grootmoeder ziek was, en zij wafelen en wijn moest brengen.

De wolf vroeg haar : „Je Grootmoeder woont zeker in dat lieve witte huisje met de groene luiken, midden in het bosch?"

„Ja, daar woont zij" antwoordde Roodkapje, „zoudt gij mij ook even den weg willen wijzen, hoe ik er komen moet, want ik weet niet waar ik hier ben . „Als je dit paadje af gaat, dan kom je weer op den grooten weg en vlak bij je Grootmoedershuisje zeide de wolf.

„Vriendelijk bedankt" sprak Roodkapje, „en lachen de huppelde zij het paadje langs en kwam toen weder op den goeden weg en zag reeds in de verte het roode dak van grootmoeders huis door de boomen schemeren.

Keeren wij nu tot den wolf terug. Die was zoo vlug als hij kon door het kreupelhout gegaan en was spoedig bij het huisje van de grootmoeder, terwijl Roodkapje nog op het smalle pad liep. Hij klopte aan de deur, en grootmoeder die in bed lag riep : „Wie is daar". De wolf veranderde zijn stem en riep zoo zacht hij kon : „Grootmoeder, ik ben het Roodkapje". Als je op de klink drukt" riep de vrouw

Sluiten