Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Daar kan ik je lieve stem beter mee hooren" kreeg zij ten antwoord.

„Kom maar wat dichterbij en zet het mandje met wafelen maar op de tafel".

„Grootmoeder, wat is uw mond toch groot" zeide het argelooze kind terwijl zij haar mandje neerzette.

„Dat is om je spoediger te kunnen opeten" sprak de wolf.

Terwijl hij dit sprak, wilde hij zich oprichten om op haar toe te springen en nu zag Roodkapje eerst dat het de wolf was. Zij begon luidkeels te roepen en om hulp te schreeuwen terwijl zij naar de deur vloog en toen de wolf haar wilde bespringen, vloog er van de straat een groote hond naar binnen die de wolf bij de keel pakte. Een oogenblik later verscheen er ook een jager, die met een enkel schot tusschen zijn oogen het ondier doodde. Hie beschrijft Roodkapjes blijdschap en verbazing toen zij haar vader zag, en vol blijdschap viel zij hem om zijn hals. De jager sneed met zijn groot jachtmes nu de buik van het ondier open en tot groote vreugde van vader en dochter kwam de oude vrouw springlevend te voorschijn alleen was zij eenigszins buiten haar zelve van de schrik.

De jager vertelde nu dat hij in het bosch van de houthakkers had gehoord dat de wolf er was, en was toen zijn spoor gevolgd. Tiras was zoo aan het huilen en blaffen gegaan, dat de man begreep dat er iets gebeurd moest zijn en de hond liep toen recht op het huisje aan, gevolgd door den jager# waar hij gelukkig nog juist vroeg genoeg aankwam. Toem zij

Sluiten