Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

daar zij voortdurend bleven aandringen, stemde hij eindelijk toe, en begaf zich ter ruste, terwijl zij voor zich een strooleger op den grond gereed maakten.

Zij stonden den volgenden morgen zeer vroeg op en zetten een sober ontbijt voor hun gast neder. Toen de zon reeds helder door het raampje scheen, stond hun gast op en at met hen mede, waarop hij zich gereed maakte weder te vertrekken.

Op den drempel van het huisje keerde hij zich nog eens om, en sprak tot de brave menschen : „Daar gij zoo braaf en medelijdend zijt, moogt gij drie wensclien uitspreken, welke ik zal vervullen".

Zij antwoordden hierop : „Wij wenschen niet anders dan de eeuwige gelukzaligheid en dat wij zoolang wij nog mogen leven, gezond blijven en ons dagelij ksch stukje brood mogen hebben'. Voor den derden wensch wisten zij niet wat zij zouden verlangen.

De lieve Heer vroeg hun nu : „Wilt gij soms een nieuw huis voor dit oude hebben". De man sprak toen : „Als ik dit nog eens zoude kunnen krijgen, zou mijn liefste wensch vervuld zijn".

Toen hij dezen wensch geuit had, vervulde God deze oogenblikkelijk en hierop vervolgde hij zijn weg.

De rijke man stond 's morgens op, toen de zon reeds hoog aan den hemel stond en opende het venster. Vol verbazing zag hij tegenover zich, waar het oude huis gestaan had, een prachtig nieuw huis van roode steen met groote vensterruiten staan. Hij vertrouwde zijn oogen niet en riep zijn vrouw en sprak tot haar : „Kijk eens hierover, wat prachtig huis daar staat, waar gisteren nog het oude krot stond.

Sluiten