Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Wat "zou daarïgebeurd zijn? Loop er eens naar toe en vraag hoe dit in zijn werk is gegaan". De vrouw liep terstond heen en vroeg den armen man naar dit raadsel. Deze vertelde dat er een arm man had aangeklopt om nachtlogies en bij zijn vertrek hem drie wenschen had laten doen. Dat zij gewenscht hadden, de eeuwige gelukzaligheid, een lang en gezond leven en hun noodzakelijk dagelijksch brood en nog dit nieuwe huis voor hun oude hadden gekregen. Toen de vrouw de toedracht der zaak had vernomen ging zij terug en vertelde haar man hoe dit alles gekomen was. De man ontstelde hevig en riep vertoornd : „Ik zou mij wel willen dooden of uit elkaar kunnen scheuren, ezelskop die ik ben, dezelfde man was ook bij mij en ik heb hem afgewezen.

„Wat een ongeluk" riep de vrouw, „stijg spoedig te paard, dan kunt gij den vreemdeling nog inhalen en ook drie wenschen aan hem doen". De man besteeg nu zijn paard en rende den weg op, totdat hij den lieven God ingehaald had. Nu begon hij op fijne en smeekende wijze zich te verontschuldigen, dat hij hem niet dadelijk had binnengelaten, daar hij een tijdlang naar den sleutel moest zoeken en toen hij bij de deur kwam hij reeds vertrokken was. Hij verzocht hem er niet kwaad over te zijn en indien hij dezen weg weder terug kwam, hij bepaald bij hem moest aankomen. „Ik beloof u" sprak God, „als ik er weder langs kom, ik dit zal doen". De rijke man vroeg hem nu of hij ook drie wenschen mocht doen. „Gij moogt dit wel doen" sprak God, „gij moest dit liever niet doen, want dit zou niet goed voor u zijn"

Sluiten