Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

De hebzuchtige man zeide echter, als hij maar wist dat het vervuld zou worden, hij wel iets zoude bedenken, wat tot zijn geluk zoude zijn. Nu antwoordde de lieve Heer : „Ga naar uw huis, en de drie wenschen die gij zult doen, zullen in vervulling komen".

De rijke man had nu zijn zin, en reed naar huis, zich reeds bedenkend wat hij zoude wenschen. Toen hij zoo in gepeins voortreed, en de teugels slap het hangen, begon het paard vreeselijk te springen, zoodat zijn gedachten verstoord werden en hij ten slotte niet meer in staat was ze behoorhjk te verzamelen. Terwijl hij het paard op den rug klopte sprak hij : „Rustig beestje", doch het paard steigerde steeds meer, zoo erg, dat het ten slotte op de achterpooten ging staan. De man ten einde raad riep plotseling tot het beest: „Ik wenschte dat je den nek brak". Hij had deze woorden pas uitgesproken of met een zware plomp viel het beest neer en bleef dood, onbewegelijk voor zijn voeten liggen.

Dit was de eerste wensch die vervuld was. Zeer gierig van aard wilde hij het tuig en zadel niet achterlaten en sneed het daarom af en hing het over zijn rug en moest te voet huiswaarts gaan. „Nog twee wenschen blijven mij nu over" dacht hij.

Daar de zon hevig begon te steken, op het zanderige pad, en het zadel hem hevig op zijn rug drukte, werd hij zeer moede en begon te mopperen. Steeds was hem nog geene goede wensch ingevallen. „Ik wil het zoo maken, dat mij in het geheel niets te wenschen overblijft." Wat hij in zijn gedachten had, kwam hem nog steeds te gering voor.

Sluiten