Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

het ook zeer schoon. De zeldzaamste boomen en planten groeiden er weelderig. Een groote boomgaard met de fijnste en heerlijkste vruchtboomen lokte elkeen tot eten uit. Tamme reeën, die uit elk eens hand aten liepen in de boschjes, eekhoorntjes en hazen zag men overal springen en de prachtigste vogels in allerlei kleuren vlogen overal rond. In de groote weide liepen paarden van edel ras met hun veulens, vette koeien graasden en talrijke schapen lieten hun geblaat hooren.

En ondanks al die pracht en weelde waren de bewoners, de koning en de koningin toch niet gelukkig. Hetgeen aan hun geluk haperde, was, dat zij kinderloos waren. Als zij maar een kind hadden zou hun geluk volmaakt zijn. En toen dan eindelijk de mare kwam, dat de koningin een kind ter wereld zoude brengen, was de vreugde bij hen, ja zelfs bij al de bewoners van het land, buitengewoon groot. En toen de tijd daar was, kregen zij een kindje, een heel hef klein meisje. De koning gaf zijn buitengewone groote vreugde te kennen, door in het geheele land groote feesten te geven. Tot de eerste genoodigden op het feest en het paleis, waren al de tooverfeeën van het land, want die moesten de jonge prinses geluk aanbrengen. De feeën werden elk op hun beurt afgehaald in een prachtig hof rij tuig begeleid door lakeien. Zij maakten eerst een rijtoer door het geheele park en nadat zij van den fijne feestmaaltijd hadden genuttigd, brachten de hofdames, de jonggeboren prinses op een witzijden kussen in de groote troonzaal. De feeën kwamen elk op hun beurt bij het

Sluiten