Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

wat zij nog nooit gezien had ontdekte. Na veel omzwerven kwam zij op zekeren dag bij een der torens. Er was een deur die zij nog niet gezien had, zij deed deze open en bevond zich voor een klein trapje met zes treden. Zij beklom dit en zag zich weder voor een deur geplaatst. Nu klopte zij aan, maar kreeg geen gehoor en duwde ten laatste de deur open. Nu betrad zij een klein helder verlicht vertrekje en hoorde een snorrend geluid of er tallooze kevers rondvlogen. De zon scheen vriendelijk door het proper en helder kamertje rond. In een hoek zat een heel oud vrouwtje zij had een vreemdsoortig voorwerp voor zich staan, hetwelk het snorrend geluid voortbracht, dat zij bij het binnentreden gehoord had. Toen zij vlak voor het oude vrouwtje stond, bemerkte deze haar eerst en vroeg haar met een dof geluid : „Leef prinsesje, hoe komt gij zoo hoog hierheen?" „Ik wilde eens weten wie hier woonde" sprak zij met haar lieve stem „en wat voert ge daar toch uit?" vervolgde zij verder. „Wel ik spin" was het antwoord, „kunt gij niet spinnen Prinses?" vroeg zij nu „al de dochters der vorsten sponnen in mijn jeugd". „Zulk een machien heb ik nog nimmer gezien" was haar antwoord, „het lijkt mij toch wel aardig. Mag ik het ook eens probeeren?" Het oude moedertje gaf het argelooze kind nu de draad en het spinrokken in de hand. Nauwelijks had de prinses zich voor het spinnewiel neergezet of zij bezeerde zich aan de spoel, en met een flauwe kreet viel zij bewusteloos in de armen der vrouw.

Vol ontsteltenis en schrik nam de oude vrouw haar op en droeg haar met veel moeite naar de bank, die

Sluiten