Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

dochters slaapkamer, nam een mesje en sneed haar in haar vingers, liet drie druppels bloed op een wit lapje vallen, gaf dit haar dochter en sprak: „Lief kind, dit zal u onderweg van pas komen, bewaar dit goed."

Zij namen nu afscheid, de dochter verborg het lapje in haar boezem, besteeg haar paard en ving de reis naar haar bruigom aan. Nadat zij een uur gereden hadden, kreeg zij hevigen. dorst en riep haar hofdame toe: „Schep mij met den beker wat water, ik wil wat drinken".

„Als ge dorst hebt" zeide de hofame, „stijg dan af en schep zelf water, ik wil uw dienstmaagd niet zijn"

Zij steeg nu af en schepte zelf water en dronk en zuchtte daarbij „Ach God". De drie druppels bloed antwoordden nu : „Als uw moeder dit wist, zou zij zich het hart uit het lijf scheuren". Hierop steeg zij weder te paard en reed verder. De zon was warm en na een poos te hebben gereden kwelde de dorst haar weder en; daar zij alles weer vergeten had, vroeg zij weder aan haar hofdame wat water, doch kreeg op nog hoogmoediger toon een weigerend antwoord. Zij weende nu en sprak : „Ach God" en de bloeddroppels antwoordden : „Indien uw moeder dit wist, bestierf zij het". Terwijl zij weder dronk, ontviel haar het lapje met de bloeddroppels uit haar keurslijf en stroomde in het water weg zonder dat zij het merkte. De hofdame had het echter wel gezien en verheugde zich er over, daar zij nu door het verlies van het toovermiddel, macht over de prinses had gekregen. Toen de prinses weder Falada wilde bestijgen, sprak de valsche hofdame : „Hier hebt gij

Sluiten