Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

aanzaten. Aan het hoofdeinde der tafel zat de jonge koning met de prinses aan de eene en de valsche kamenier aan de andere zijde. Zij herkende haar meesteres niet, en toen de tafel was afgeloopen gaf de oude koning een raadsel op aan de kamenier en vroeg welke straf diegene toekwam, die haar heer of meester bedrogen had en vertelde toen de geheele geschiedenis. De kamenier sprak : „Deze moet geheel naakt in een vat van binnen met spijkers en nagels beslagen, opgesloten worden, en twee paarden moeten dit vat heuvel op en af sleepen, tot zij sterft".

Hiermede hebt gij uw eigen vonnis geveld en het zal ook direct voltrokken worden" zeide de koning. Het vonnis werd ook voltrokken en de jonge koning trouwde met zijn werkelijke gemalin en zij leefden jaren gelukkig en in vrede.

De visscher en zijn vrouw.

Een visscher en zijn vrouw leefden dicht bij de zee in een klein hutje. De visscher ging eiken dag naar de zee om te visschen. Hij zat altijd naar zijn dobber te turen in het heldere water. Zijn dobber werd eensklaps naar beneden getrokken en toen hij deze weder ophaalde zat er een groote bot aan den haak. Hij wilde de visch er afhalen, maar de bot sprak tot hem: „Lieve visscher laat mij toch blijven leven. Ik ben een betooverde prins. Gij hebt niet aan mij als gij mij doodmaakt, ik smaak toch niet lekker om te eten. Laat mij dus maar zwemmen".

„Gij behoeft er niet zooveel over te spreken" zeide

1,1 3

Sluiten