Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Wat wil zij dan?" „Ik heb je gevangen en ook weder de vrijheid gegeven" sprak de man, „nu wilde zij dat ik u een wensch. zoude doen. Zij wil niet langer in de kleine hut wonen en had gaarne een beter huisje". „Het is goed sprak de bot. „Ga naar huis, het staat er al voor haar".

De man ging naar huis en zag tot zijn verbazing dat het kleine hutje verdwenen was in een ander en voor in de plaats stond. Zijn vrouw stond er voor, nam hem bij de hand en zeide : „Ga naar binnen en kijk eens dit is toch veel beter". Door een portaal kwamen zij in een mooie zit- en slaapkamer, waar hun bed reeds gereed stond. Ook was er een keuken met provisiekamer. Het huisraad was van het beste soort en potten en pannen waren van tin en gepolijst koper.

Achter het huis was een lief tuintje met groenten en vruchtboomen en kippen en eenden liepen rond.

„Is dit nu niet mooi" zeide de vrouw.

„Zeker sprak de man, „wees nu tevreden met dit mooie huis".

„Daar moet ik nog eens over nadenken" zeide zij.

Zij aten hun avondmaal en gingen ter ruste.

Nadat er veertien dagen verloopen waren, werd de vrouw treurig en toen haar man vroeg waarom zij zoo verdrietig was, zeide zij : „Het huis is mij veel te klein, de tuin is met mooi genoeg. De bot had ons voor dank toch wel een grooter huis kunnen geven Ik wil een mooi paleis hebben, ga dus naar de bot en vraag hem om een paleis".

„Wat zullen wij nu met een paleis doen" zeide de man, „dit huis is toch mooi genoeg".

Sluiten