Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Ga er dadelijk keen" zeide zij, „de bot kan het best doen".

„Hij zal bepaald boos worden, als ik weer kom".

„Hij doet het zeker" zeide zij, „dus ga heen".

De man wilde niet langer tegenstribbelen en ging met loome schreden heen.

Hij kwam bij de zee en zag dat het water troebel en dik was en donker gekleurd, maar het was erg stil, en riep :

„Mannetje, mannetje Rompe Ree,

Botje, botje in de zee Mijn vrouw Isabil Wil niet, zoo ik wil \"

De bot kwam te voorschijn en riep : „Wat verlangt zij dan".

De man sprak op treurigen toon : „Dieve Bot, zij wil een mooi paleis hebben". „Zij staat reeds op het bordes op u te wachten". De visscher vertrok en op de plaats waar het huis stond, was nu een fraai slot verrezen, en zijn vrouw stond op de marmeren trappen reeds op hem te wachten. Zij nam hem weder bij de hand en zeide : „Kom maar mee naar binnen". Zij betraden eerst een groote vestibule met marmeren vloertegels. De bedienden openden de groote salondeuren. De salons waren met prachtige tapijten behangen, stoelen en tafels waren van de fijnste soort. Aan den zolder hingen kristallen kronen en in de slaapvertrekken stonden donzen bedden met zijde dekens. Op de tafels stonden de fijnste spijzen en wijnen in overvloed uitgestald. Achter het paleis waren paar¬

den- en koestallen met dieren van het edelste ras.

Sluiten