Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Een heel groote tuin met fijne bloemen en de heerlijkste vruchtboomen strekte zich meer dan een uur tut en herten, reeën en hazen hielden daar hun verblijf.

„Wat is dat heerlijk en mooi" zeide de vrouw

„Wij zullen dit fraaie slot nu gaan betrekken" zeide de man, „en voortaan gelukkig leven".

„Ik zal er mij nog eens over bedenken" sprak de vrouw en zij begaven zich ter ruste.

Des morgens was de vrouw het eerst wakker. De zon was juist opgegaan en uit haar bed overzag zij die heerlijke landauen, die zich voor haar uitstrekten De man rekte zich nog eerst lekker uit, waarop zij hem met haar elleboog aanstootte en tot hem zeide : „Kijk eens uit het venster over al die weilanden heen, Gij moet naar de bot gaan, want ik wil koningin over dit heerlijke land zijn".

„Dieve vrouw" sprak de man, ,,wees nu toch tevreden waarom wilt gij nu koningin zijn. Ik wil geen koning worden".

„Als gij geen koning wilt zijn, wil ik koningin worden ja dus naar de bot en zeg dat ik koningin wil zijn".

„De bot doet dit bepaald niet, zie toch van je plan af" zeide de man smeekend.

„Ik wil koningin worden" sprak zij toornig. En of de man er al geen zin in had, ten slotte moest hij weer voor haar bedreigingen zwichten en ging heen.

loen hij bij de zee kwam, was het water donkergrauw gekleurd, het kookte en bruischte vreeselijk en verspreide een walgelijken stank.

Terwijl hij daar stond zeide hij weer :

„Mannetje, mannetje, Rompe Ree

Sluiten