Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Botje, Botje in de zee Mijn vrouw Isabil Wil niet, zoo ik wil!"

Weder verscheen de bot en vroeg wat zij nu verlangde. Bevreesd en droevig sprak hij : „Zij wil nu koningin zijn

„Ga maar naar huis" zeide de bot, „ze is het al".

Toen hij weder te huis kwam, zag hij dat het paleis veel grooter was geworden, hooge torens verhieven er zich op en de koninklijke vlag waaide er van af.. Talrijke schildwachten stonden voor de poort en een groot muziekkorps speelde vroolijke muziek. De lakeien wilden hem eerst niet binnenlaten, doch toen hij zei dat hij hier te huis hoorde, trad hij binnen. Alles blonk hem van zuiver goud en marmer tegen. De kleeden waren van het fijnste fluweel met gouden franjes . Toen de vleugeldeuren zich openden bevond zich daar de geheele hofstoet. Op een gouden troon bezaaid met diamanten, zat zijne vrouw, in hare hand had zij een schepter uit louter goud en edelgesteenten vervaardigd. Ter weerszijden van den troon stonden zes jonkvrouwen, de een grooter dan de andere. Hij trap op zijn vrouw toe, en sprak: „Nu zijt gij toch koningin". „Ja, ik ben koningin over dit land, zeide de hebzuchtige vrouw.

Hij bleef haar een poos verwonderd aanstaren en sprak verder : „Wat zijt gij nu mooi, nu zult gij toch niets meer te wenschen hebben".

Zij werd echter heel onrustig en zeide plotseling : „Koningin zijn verveelt mij reeds. Ga naar de bot, en zeg hem dat ik Keizerin verlang te zijn".

Sluiten