Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

„Lieve vrouw" sprak de ontstelde visscher, laat dat nu staan, Keizerin kan de bot je niet maken, daar is maar een keizerin over'het geheele rijk".

De vrouw werd boos en zei: „Gij zult mij gehoorzamen, ik ben koningin en heb te bevelen, ga dus dadelijk heen, ik wil en zal keizerin zijn".

Hij moest toen wel gehoorzamen, maar terwijl hij zich verwijderde, werd hij angstig en dacht dat de bot nu zijn geduld wel zou verliezen en haar voor haar vermetelheid zou straffen.

Hij kwam weder bij de zee, deze was geheel zwart en troebel, groene blazen stegen er uit omhoog, het bruiste en kookte geweldig en met vreeselijke kracht woeien de rukwinden. Hij werd bang en sprak moedeloos terwijl hij zijn blikken omhoog sloeg.

„Mannetje, mannetje Rompe Ree Botje, botje, in de zee Mijn vrouw Isabil Wil niet zooals ik wil!

Daar kwam de bot weder aanzwemmen en riep toornig : „Wat wil zij dan". „Keizerin wil zij wezen" zeide de arme man. „Ga maar weg ze is het al" was het antwoord. Weder ging hij naar huis, en toen hij bij het paleis kwam, was dit veranderd in geheel gepolijst marmer, versierd met albasten beelden met gouden sieraden. Op het voorplein marcheerden soldaten met prachtige vaandels en bliezen op trompetten van zuiver zilver. Binnen het paleis, deden graven en hertogen dienst als bedienden en maakten voor hem de deuren open welke van zuiver goud waren. Toen hij de troonzaal binnentrad zat zijn

Sluiten