Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

vrouw op een troon van zuiver goud en drie meter hoog. Zij droeg een gouden kroon met diamanten en robijnen bezaaid en in de eene hand had zij de gouden rijksappel en in de andere de schepter en aan weerszijden stonden haar lijftrawanten van af den grootsten reus tot den kleinsten dwerg en hertogen en prinsen stonden om den troon. Hij nam tusschen hen allen plaats en sprak : „Vrouw weder hebt gij uw zin en zijt nu keizerin. Wat zijt gij nu prachtig. Hooger kunt gij niet begeer en". Zij sprak nu : „Man wat raast gij toch. Ik ben nu wel keizerin, maar wensch ook Paus te worden, dus ga weder naar de bot". „Vrouw" sprak hij, „dat is onmogelijk, de bot kan geen paus maken, dat is maar een op de geheele wereld, dus verlang niet het onmogelijke".

„Man" zeide zij, „ik moet vandaag nog Paus zijn, ga dus dadelijk en zeg dit de bot".

„Dat doe ik niet" antwoordde de man, „dat is brutaal om zoo iets te wenschen.

„Gij zult dadelijk gaan, ik ben uw keizerin en gij moet aan mijn bevelen voldoen" zeide de vrouw.

Hij moest weder haar zin doen, en ging bevend van hoofd tot voeten, want hij was bang deze wensck over te brengen.

Een vreeselijke storm steeg uit zee over het land, donkere wolken doorkliefden de lucht en het was zoo donker alsof het nacht was. De schepen op zee zag hij in de verte als notendoppen heen en weder slingeren. Versuft bleef hij staan in radelooze angst riep hij weder uit:

„Mannetje, mannetje Rompe Ree

Sluiten