Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Het meisje zonder handen.

Er leefde eens een molenaar, door veel tegenspoed was hij zoo tot armoede vervallen, dat hij niets anders meer bezat dan zijn molen, en een groote appelboom, die achter den molen stond. Op zekeren dag was hij het woud ingegaan om hout te halen en ontmoette daar een heel oude man, die hij nog nooit gezien had. De man trad naar hem toe en sprak, „Wat vermoeit gij u toch met houthakken. Rijk wil ik u maken, als gij mij dat belooft, wat achter uw huis staat".

De molenaar bedacht zich even en kon niet anders denken, dan dat hij den appelboom bedoelde. Hij sprak daarom tot de oude man : „Hierin stem ik toe". Hij moest hem er een schriftelijk bewijs van geven, en toen hij hem dit overreikte, sprak de man met een honende lach: „Over drie jaar zal ik mijn eigendom komen halen".

De molenaar ging naar huis, opgeruimd, vroolijk. Bij het huis kwam zijn vrouw hem tegemoet, en vroeg den molenaar verwonderd : „Vertel mij eens man, vanwaar komt die groote rijkdom zoo plotseling in ons huis? Kisten en kasten zijn vol met goederen en alles is nieuw, en niemand bracht dit binnen, hoe is dit in zijn werk gegaan?"

„Ik ontmoette in het bosch een oude man" sprak de molenaar, deze heeft mij alle schatten beloofd indien ik hem schriftelijk beloofde, datgene aan hem af te staan, wat zich achter den molen bevond, en dat is natuurlijk de groote appelboom, en ik heb hierin toegestemd".

Sluiten