Tekst
Onderstaande tekst is niet 100% betrouwbaar

Stroohalm, kooltje en boontje.

Er leefde een arm vrouwtje in een dorp en zou een maaltje boonen wat zij had, gaan kooken. Zij maakte een vuurtje op den haard met een bos stroo opdat het spoedig zou branden. Toen zij de boonen schudde, viel er een naast en kwam bij een stroohalm liggen en tegelijk sprongen er ook een gloeiende kool \ an de haard bij hen. De stroohalm sprak • Waar komt gij vandaan, Vrienden". De kool antwoordde • „ik ben het vuur ontkomen, anders was ik verbrand.'

e boon zei : „had het oudje mij in de pan gekookt k was tot brei gekookt". De stroohalm antwoordde • „ik ben uit de vlammen gered, zestig broeders van mij zijn in het vuur^ omgekomen, gelukkig ben ik ontglipt, dus laten wij nu kameraads blijven en naar vreemde landen gaan. Zij kwamen aan een beek en c aai er geen brug over was, wisten zij er niet over te komen De stroohalm ging er nu dwars over heen liggen en de kool, die vurig van aard was, wilde er over heen. Zij bleef er midden op staan en dorst niet verder. De stroohalm ontbrande van drift brak nu midden door en viel m de beek, de kool gleed uit, siste in het water en de stroohalm gaf den geest. De boon was

Sluiten